Wegmisbruikers |
23 mei 2008 |
 |
Een gesluierde Saoedische vrouw met een grote zwarte designer zonnebril bezaaid met strass en goud, waarmee ze onmogelijk kan zien wat er in haar zijspiegels gebeurt, raast met 140 km p/u voorbij de berg op in een grote zilverkleurige Mercedes S-500. Sturend en druk seinend met links, op schoot een baby die zich genesteld heeft in haar rechterarm; in haar rechterhand een mobiele telefoon waarin ze druk praat, en tenslotte rechts van haar een kindje van een jaar of vijf. Remmen komt niet in haar op; ze haalt in van links en rechts; welke weghelft op dat moment vrij is.
Zo ook zijn de Syrische vrouwen achter het stuur. Ik ben als de dood voor ze. Ze rijden hard, wijken niet, wachten niet, bellen at full speed, en maken zich op in het spiegeltje van hun glimmende mobiel; dit alles terwijl de Jimmy Choo stiletto het gaspedaal ferm indrukt.
Elke dag weer opnieuw begrijp ik het weer ietsje beter. Niet alles is gelinkt aan geloof. Het is makkelijk om aan te nemen dat vrouwen in Saoedi-Arabie niet mogen autorijden, omdat dat zo staat geschreven in de Koran. Heel makkelijk en aannemelijk. Maar wat eigenlijk nog geloofwaardiger is, is dat vrouwen in Saoedi-Arabie niet mogen rijden omdat het te maken heeft met hun rijvaardigheid; hun Syrische zusters koesteren immers het idee complete autonomie te hebben op de wegen. Niet alleen bij het autorijden overigens: oversteken is ook zoiets. Wanneer je hier een enkele keer een vrouw ziet opschieten of rennen bij het oversteken, dat weet je bij voorbaat: Ecnebi (foreigner). Syrische vrouwen doen het veel autonomer: rustig heupwiegen naar de overkant, want: ‘the world is your catwalk!’
Begrijp me niet verkeerd. Als vrouw ken ik het gestigmatiseer van mannen over ‘rijdende vrouwen’, maar in dit vooroordeel zit HIER waarheid. Er gaat geen dag voorbij of ik word geconfronteerd door het complete lak aan mede-weggebruiker; met name door vrouwen. Untouchable? Zou het hun manier zijn om te zeggen: “in mijn auto schrijft niemand me de wet voor!” I love them! Maar ik denk dat ik toch maar ga fietsen.
|
 |
 |
|